Het oude gedeelte

<< Naar het oude gedeelte <<

In dit gedeelte van het park kom ik op en plek waar je nooit een breed uitzicht hebt en de richtingen nooit rechtlijnig en doelgericht zijn. Overzicht is niet gewenst. Hier wordt je geacht rond te zwerven en onderhevig te zijn aan wisselende emoties.

Splitsing van wegen. Het oog mag vrijelijk dwalen en talmen voordat het zich hecht aan enigen vorm: een graf of een ander oriëntatiepunt. Het is vooral een woordloze confrontatie met  vergankelijkheid, vastgezet in stenen monumenten die de paden markeren. Ik kan kiezen uit twee verschillende wandelroutes: naar links, heuvelopwaarts richting het grafmonument voor Outshoorn of naar beneden, rechts langs de doopsgezinde graven naar het grote en opvallende monument voor de Waal Malefijt.

Gelukkig beschik ik over het zwart/ wit van mijn krijtjes en papier waarmee ik orde in deze overdaad kan scheppen. Niet de orde en exacte weergave van wat ik in mijn blikveld heb. Maar de orde van interpretaties en beelden die een tekening kan oproepen. De barokke vormen van het beeld van de Waal Malefijt wil ik wel nauwkeurig in lijn vastleggen.

schetsen oudste gedeelte

Deze hoge en blanke obelisk vol ingewikkelde symboliek staat trots te pronken op zijn vaasvormige sokkel. Hij kijkt heersend uit over de achterzijde van de joodse begraafplaats waar in het tegenlicht de zerken de rijen sluiten. Vlak naast deze weelde staat een tot ruïne vervallen graftombe. Ooit het fraaie jugendstil monument opgericht voor Theo van Rijn, de bovenmeester van de ambachtschool.

Tot mijn grote vreugde zie ik daarnaast een grafzerk met een reliëf van een schilderspalet omkranst met eikenblad. Hier ligt Jan Adam Kruseman een gevierd society- en portretschilder uit de negentiende eeuw en de stiefvader van de dichter de Genestet. Niet te verwarren met die andere Kruseman, Cornelis, die zijn leraar was en voornamelijk in Brussel heeft gewerkt.
rn Nog een keer loop ik terug naar de hoek waar de wegen splitsen voordat ik dit  Elysium verlaat. Heuvelop staan de donkere silhouetten van de oudste graven in de schaduw van scherp in zwart wit afgetekende bomen.

Als ik dichterbij kom nemen zij steeds meer kleur aan en vullen de contouren zich tot volumes. Stap voor stap geven deze tombes hun geschiedenis prijs. Drama’s in steen. De sfeer is weemoedig en berustend. En deze stemming wordt nog aangescherpt door de confrontatie van het verval van de naamloze grafmuren links met het stralend wit marmeren graf rechts. Het classicistische grafmonument ter herinnering aan  A. L. Dyserinck.  Een pronkstuk met kransen- en bloemenreliëfs aan de zijkanten en op de top een wel zeer realistische tranendoek. Vlakbij dit monument staat een monument met een bijzondere symboliek. Het is het graf van de vrijmetselaar Jan Willem Willekens  herkenbaar aan het reliëf van een kruis met acaciatakken, een schietlood, passer en winkelhaak. Een teken dat Willekes de Rozenkruizergraad had binnen de orde van vrijmetselaars.

Hier recht tegenover staat onder de eeuwige schaduw van een enorme beuk, het graf van de architect C. Outshoorn. Een tempeltje op een getrapt voetstuk, dat sterke gelijkenis vertoont met het Maison Carrée in Nimes. Aan de voorzijde van de cella is in wit marmer het portret van de dode en profiel aangebracht. Vlak daarachter maar niet minder opvallend staat de gedenkzuil voor J. Outshoorn. Op een stevige sokkel staat een gedenkzuil, bekroond met een versierde asurn. Op de hoeken van het voetstuk zijn omgekeerde fakkels aangebracht. Rondom de zuil afbeeldingen van de Oeroeboeros, vlinders in kransen van klimop en een hand die met een sikkel rozen afsnijdt.

>>  Afscheid >>