Achtergronden

Inleiding

 
"Het duurt maar een ogenblik, in de morgenstond: op de grond tekenen zich de zwarte schaduwen en scharlakenrode vlekken zonlicht af. Dan keert de stilte terug"
(uit: Cesare Pavese, landschap V uit de bundel De dood zal komen en jouw ogen hebben, 1943/1951, De Bezige Bij, Amsterdam 2001, in de vertaling van Willem van Toorn en Pietha de Voogd)

Mijn passie voor landschappen en met name voor tuinen is al sinds 1974 de rode draad in mijn werk. In dat jaar ontmoette ik, tijdens een fietsvakantie door Frankrijk, mijn muze: de tuin. Sinds die ontmoeting en mijn allereerste tentoonstelling in 1975 heeft die liefde voor tuinen en lusthoven mij niet meer losgelaten. Er volgden veel studiereizen naar Engeland, Frankrijk maar vooral naar Italië, mijn grote liefde, waar ik veel Renaissance- Baroktuinen en tuinen uit de Romantiek bezocht. Hun geur van verleden, de structuren, hun overdaad aan vormen, decoraties en overvloedige groei houden mij in hun ban, maar bovenal wordt ik gegrepen door de werking van het licht dat de atmosfeer van deze plekken bepaalt. In mijn werken gaat het juist over die lichtval, over die vluchtige momenten van zuiverheid en ongrijpbaar verlangen die sommige tuinen en landschappen kunnen oproepen.

Deze ervaringen vormen de bron van mijn beeldende reis. Om vorm te geven aan mijn ideeën en fantasieën over deze mythische plekken, heb ik veel geëxperimenteerd en als gevolg daarvan onderging mijn werk in de loop van de tijd vele gedaantewisselingen. Als tekenaar en graficus begonnen, richtte ik mij in de loop van de tijd ook op ruimtelijke werken en installaties en werd mijn werk gaandeweg abstracter. Naast mijn tekeningen maakte ik veel grafiek en in het verlengde daarvan gaf ik verschillende bibliofiele boeken in beperkte oplage uit.In 2003 vindt er een belangrijke omslag plaats in mijn werk. Vanaf dat moment richt ik mij weer helemaal op het tekenen direct naar de waarneming. Tekenen was en is het fundament van mijn werk en ik ervaar het als een verlengstuk van mijzelf. In deze techniek kan ik mij op een vanzelfsprekende manier in een persoonlijk handschrift uitdrukken. Het krassen en vegen met houtskool en pastels werkt betoverend en verleidt mij tot lange wandelingen in de geest, op zoek naar die speciale lichtval en naar zo'n fragiel moment van intens geluk.

"Het werken aan kunstwerken staat gelijk aan het opschorten van de tijd" (Pierre Bonnard)De tekeningen van de laatste jaren zijn figuratief en zeer doorwerkt. Niet langer vertonen ze de directe sporen van mijn stapelverliefde blik uit de beginjaren. Ze zijn rijper en vertonen meer afstand en stralen een zekere melancholie uit. Zij zijn het uiteindelijke resultaat van een lange en indringende zoektocht naar het licht en zijn overweldigende effect op de schoonheid van de natuur, op het landschap. 
Zie ik mijzelf als een romanticus? Zeker, maar dan wel als iemand van deze tijd, die in onze eigentijdse lawine van beelden en gebeurtenissen blijft zoeken naar zijn persoonlijke houvast. Naar balans door het blijven opzoeken van die schaarse momenten dat het paradijs een tipje van zijn sluier oplicht. De pastorale landschappen van de 18e en 19e eeuw liggen ver achter ons en in hun eigen tijd waren zij al een illusie en louter een ideaalbeeld, maar het verlangen waarover zij spreken is van alle tijden en is ook nu nog altijd van kracht. "Het gaat er niet om het leven te tekenen, maar het gaat er om de tekening tot leven te brengen en daarmee onze dromen in stand te houden" – om maar eens een variant op een uitspraak van Pierre Bonnard te gebruiken.