Het Verlangen

Angst en schoonheid, utopia, verwachting, melancholie

Zijn lege ogen kijken het landschap in,
om zijn mond spelen eeuwige vragen,
waarom dan, wie ben je,
waar was je, e.d.
Zonder verwijt, hij moet het hebben geweten
wat er zou gaan gebeuren.
Ik heb geen antwoord.

Rutger Kopland

('Al DIE MOOIE BELOFTEN', uit de bundel 'Dit uitzicht'
uitgegeven in 1982 bij G.A. Van Oorschot / Amsterdam.)

Vanaf een rots overziet een eenzame wandelaar een mistig en verlaten landschap dat aan zijn voeten ligt. In geconcentreerde beschouwing kijkt hij uit over de leegte en staat hij met zijn rug naar ons toe alsof hij zich van ons en van de werkelijkheid afkeert om op die manier zich geheel open te kunnen stellen voor de bestudering van dit sublieme landschap. Dit beeld van Caspar David Friedrich is een typisch voorbeeld van de romantische opvatting over het verlangen. Dat gevoel van heimwee naar een verloren natuur en samenhang, waarvan we hier en daar nog brokstukken terugzien. Deze hang naar die paradijselijke wereld, dit verlangen naar het onbegrensde, natuurlijk welbehagen en geborgenheid, leeft nog altijd. Sinds de hoogtijdagen van de romantiek jagen we nog altijd deze utopische gevoelens na. Onze romantische natuurbeleving mag dan erg verschaald en vercommercialiseerd zijn, het verlangen naar die verloren paradijzen is en blijft deel van ons bewustzijn en een drijfveer voor ons handelen.
Op de grens van het onbereikbare wacht ons de sublieme schoonheid. Het trekt ons aan en boezemt ook angst in en bij onze pogingen om dit verlangen te bevredigen zijn we ons tegelijk bewust van het gemis. De begeerde geliefde is nooit of slechts voor een moment bereikbaar, maar de hoop op vervulling geeft ons vertrouwen in onze zoektocht.
De kunsten stellen ons in staat om die verloren paradijzen op te roepen en tegelijkertijd bieden zij ons de mogelijkheid met het gemis te kunnen leven. Je afkeren van de werkelijkheid van alle dag is geen vorm van laf escapisme, maar het is een noodzakelijk omzien om in balans te blijven en het hoofd te bieden aan onze eigentijdse kwesties en ervaringen.
 

Boom

De kracht te hebben
je schoonheid te verliezen
boom te zijn
met alleen je stam een hemel zo hoog
of hij zal er naar grijpen
alleen zijn wortels
nog.

Jana Beranova

(uit de bundel 'Geen hemel zo hoog'
uitgegeven in1985 bij Agathon, Bussum.)